Logo of Deelcollecties
Deelcollecties

Albert Plasschaert

De Rijksdienst bezit ruim 600 tekeningen van Albert August Plasschaert (1866-1941, Niet te verwarren met zijn bekendere neef, kunstcriticus A.C.A. Plasschaert (1874-1941)). Het zijn werken in potlood, inkt en krijt. Plasschaert was naast autodidactisch tekenaar, schilder en glaskunstenaar ook mysticus, godsdienstzendeling, schrijver en dichter. Onder invloed van oosters georiënteerde religieuze bewegingen die opkwamen rond de eeuwwisseling, ontwikkelde Plasschaert een mystiek-religieuze filosofie. Deze concretiseerde hij zowel op een figuratieve als een abstracte manier in zijn kunst.

Zijn tekeningen uit de jaren 1913-1917 behoren tot de vroegste voorbeelden van abstracte kunst in Nederland. Plasschaert gaf zijn tekeningen ‘opusnummers’ en hij beschreef ze vaak met diepzinnige titels en teksten. In dit samengaan van tekst en beeld en in zijn excentrieke en solitaire kunstenaarschap is hij het equivalent van de Engelse tekenaar-mysticus en dichter William Blake (18e en 19e eeuw). Ook kan hij worden gezien als voorloper van een kunstenaar als Anton Heyboer.

Sinds 1975 is Plasschaert op alle grote internationale overzichtstentoonstellingen van de Europese avant-garde te zien geweest. Een paar van zijn werken zijn in bruikleen bij het Rijksmuseum.

 

Depotschatten

De tekeningen zijn vaak klein, maar een enkel blad is monumentaal (opus 125, 1528, 1616, 3389). Bijzonder zijn de tekeningen met handgeschreven teksten (opus 324, 326, 1311, 1537). Van historisch belang zijn de vroegste abstracte werken (uit 1913: opus 33; uit 1915: opus 152, 298, 326, 330; uit 1916: opus 391-393, 679; uit 1917: opus 1200, 1311).

Herkomst

Het Stedelijk Museum Zutphen heeft de collectie Plasschaert in 1975 geschonken aan het Rijk.

Relatie met andere collecties

De Rijksdienst bezit een representatief overzicht van de ‘Kunstenaren der Idee’ die aansluiten bij het symbolisme van Plasschaert: Johan Tielens (kunstenaarsgroep De Branding), Willem van Konijnenburg en Karel Schmidt (kunstenaarsgroep De Smeden) en Johan Miedema. Plasschaerts vroege abstractie sluit aan bij de pioniers van de abstractie: Janus de Winter, Janus van Zeegen, Jacoba van Heemskerck en de kunstenaars van De Stijl. In de collectie van de Rijksdienst zijn voorbeelden daarvan te vinden in werk van Theo van Doesburg en Vilmos Huszár. Verschil is dat Plasschaerts abstractie een uitdrukking is van de ziel en het innerlijk terwijl de kunstenaars van De Stijl op zoek zijn naar de strenge vormwetten van de werkelijkheid. Markant is de relatie met 20e eeuwse kunstenaars als Karel Schmidt, Anton Heyboer, Viktor IV (Walter Karl Glück) en Jacob Kloppenburg.