Logo of Deelcollecties
Deelcollecties

Glas-in-lood

Glasschilderkunst was tot de jaren 60 van de vorige eeuw populair en talloze ontwerpers en glasateliers hebben gezorgd voor een rijke historie op dit gebied. De 300 glasramen in de collectie zijn uit de oorspronkelijke architecturale context weggenomen en niet religieus van aard. Het zijn series (grote) ramen van Nederlandse ontwerpers en ramen van onbekende makers.

Naast ramen zijn er ook ontwerptekeningen voor glas-in-lood en gebrandschilderd glas. Het gaat om ontwerptekeningen in de collectie van Albert Plasschaert (1866-1941) uit de periode 1913-1941, van Joep Nicolas (1897-1972) uit de jaren 50 en van Louis Smeets (1918-2005), plus de 44 ontwerptekeningen voor glas-in-lood uit de schenking Van Moorsel.

De ongeveer 50 ramen met een museale status zijn uitgeleend. Composities met een schaatsenrijder van Theo van Doesburg is te zien in Museum de Lakenhal in Leiden. Het Nationaal Glasmuseum in Leerdam en het Haags Gemeentemuseum hebben ieder een pendant van een raam met een liggende figuur, ontworpen door Vilmos Huszár (AA2141-a-b). Het Museum voor vlakglas- en emaillekunst in Ravenstein heeft een fraai raam (K140-a-c) van Heinrich Campendonk (1889-1957) in bruikleen. Dit raam werd tijdens de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs getoond in het Nederlandse paviljoen en kreeg de Grand Prix. Een raam (AB12127-a-d) van Hildo Krop (1884-1970) is uitgeleend aan het Instituut Hildo Krop in Steenwijk.

 

Depotschatten

De serie ramen (30 panelen) van Jacoba van Heemskerck van Beest, een raam van Joep Nicolas en de ramen Pieter Hofman die verband houden met Haagse (overheids) gebouwen. 

Herkomst

De serie ramen van Artur Hennig (1880-1959) is kort na plaatsing in 1922 in het Jachthuis Sint Hubertus afgekeurd en in beheer genomen. Verder zijn door tussenkomst van de Rijksgebouwendienst en de Dienst der Domeinen ramen die verloren dreigden te gaan bij moderniseringen of sloop van gebouwen in de rijkscollectie opgenomen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de gebrandschilderde traphalramen uit de Hoge Raad der Nederlanden (Den Haag) van Pieter Hofman (1886-1965) en een raam van Jacoba van Heemskerck (1876-1923) uit de Marine Kazerne (Amsterdam).

In 1952 kocht de ‘adviescommissie voor representatieve aankopen voor moderne kunst‘ een onderdeel van een raam van Joep Nicolas (1887-1972) dat hij maakte voor het Nederlandse paviljoen op de Jaarbeurs van 1927 in Milaan. Enkele ramen uit de jaren 70 en 80 zijn via de Beeldende Kunstenaarsregeling (BKR) in de collectie gekomen.

Relatie met andere collecties

In Nederland bevindt zich geen vergelijkbare collectie glasramen van deze omvang en samenstelling. Bij een inventarisatie in 2009 bleek dat 35 Nederlandse musea samen ongeveer 2000 glasramen en ontwerpschetsen van glasramen beheren. Een groot deel daarvan is gemaakt vóór 1900.