Logo of Deelcollecties
Deelcollecties

Meubelen en interieurgoederen

De meubelcollectie van de Rijksdienst (8000 stuks) is organisch gegroeid. Zij bevat typisch Nederlandse meubelen en internationale meubelen die de Nederlander graag in zijn interieur ziet. Het gaat daarbij om oude, antieke en moderne meubelen. Ruim 3100 meubelen zijn van na 1900.

Deze collectie levert een belangrijke bijdrage aan de inrichting van historische interieurs in kastelen, landhuizen, paleizen en museale stijlkamers. Maar ook van interieurs op locaties die in gebruik zijn bij het Rijk, provincies of gemeenten. Naast meubelen bevat de deelcollectie interieurgoederen als lampen, tapijten, kachels, haardplaten en wandschilderingen. Met deze collectie draagt de Rijksdienst regelmatig bij aan de totstandkoming van (museale) stijlkamers en herinrichtingen uit de 20e eeuw.

De collectie omvat zowel gebruiksmeubelen als meubelen met een museale functie. De nieuwe studiezaal in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft tafels en stoelen uit de collectie in bruikleen. Dit geldt ook voor het ouderlijk huis van Anne Frank aan het Merwedeplein in Amsterdam. Daarnaast worden er meubelen gebruikt in Nederlandse ambassades in het buitenland.

Museale bruiklenen zijn er in Museum Boijmans Van Beuningen (Bugatti meubelen, Trumeau Architettura, een kast van Ponti/Fornasetti), het Gemeentemuseum Den Haag (draaibare armstoel van Michiel de Klerk), Museum de Lakenhal (Van Doesburg meubelen), Centraal Museum Utrecht (meubelen Lion Cachet) en het Drents Museum in Assen (kast Binnenhuis en kamerscherm van Jacques van den Bosch).

 

Depotschatten

Niet in productie genomen (prototype) Thonetstoel van Van Doesburg. De draaibare bureaustoel Snellebrand en Eibink (R12165). Van Jan Siebers Bastaard, Sarco, sarco nr. 3. Biedermeier meubilair Jaffé (comfortabele, elegante inrichting uit Midden-Duitsland van omstreeks 1825, verwerving uit 1985). De Unescomeubelen (1957-1958) van Rietveld (1957-58), gemaakt in opdracht van de rijksoverheid, zijn bijzonder maar in slechte staat. Tweede Kamer stoelen en tafels van C.H. Peters (1847-1932) in Neo Renaissancestijl. Een kabinet (een compagniekast) van ebbenhout en djati uit 1700.

Herkomst

De actieve verwerving van meubelen is begonnen in 1960. Het ministerie gaf toen incidenteel geld om 19e eeuwse meubelen te kopen voor de aankleding van ambassades en overheidsgebouwen. Vanaf de jaren 70 werden interieurgoederen aangekocht vanwege hun artistieke betekenis en de vormgevingsaspecten. Voor de tentoonstelling Levenslang zitten (1974) zijn meubelen gekocht die na 1955 zijn gemaakt.

Sinds 1985 is er uitsluitend werk aangekocht van hedendaagse Nederlandse of in Nederland werkzame kunstenaars. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om modernistische meubelen van Martin Visser (1922-2009), Gijs Bakker (1942) en Ruud Jan Kokke (1945). Eigenzinnige en postmodernistische meubelen van Bob Verheyden (1964), Jan Siebers (1960) en Borek Sipek (1949) horen daar ook bij.

Schenkingen en legaten zijn ruim geaccepteerd. Hierdoor zijn meubelen uit 1928 van Willem Penaat (1875-1957) in de collectie opgenomen. Het gaat hierbij om meubelen die voor de PTT zijn ontworpen, een Wouda-ameublement (AB9144-a-k) en meubelen van de Oosterbeekse meubelfabriek Labor Omnia Vincit (LOV). De nalatenschap van Van Doesburg omvat 6 meubelen en 2 stoelen die zijn ontworpen voor het huis in Meudon (Frankrijk). Joop Crouwells slaapkamerameublement uit 1918 is een schenking uit 2003. Het is in expressionistische Amsterdamse Schoolstijl en kent een bijzonder kleurgebruik in zwart-wit.

Relatie met andere collecties

Net als de Rijksdienst beheert het Stedelijk Museum Amsterdam meubelen van de Amsterdamse School tot design uit de laatste helft van de 20e eeuw. Andere musea met moderne meubelen in beheer zijn het Drents Museum Assen, Centraal Museum Utrecht, Gemeente Museum Den Haag en Museum Boijmans Van Beuningen.